Men kon niet naast de werken kijken waarmee Iris Van der Kerken afstudeerde aan de Hogeschool Antwerpen, departement audiovisuele en beeldende kunsten. Ze toonden meer dan levensgrote portretten waarvoor de inspiratie gevonden werd in foto’s met erg herkenbare onderwerpen zoals bijvoorbeeld mensen die op hun paasbest poseerden voor de tuinmuur.

Het verhalende karakter is in deze doeken al aanwezig: de geportretteerden kijken je zwijgend aan vanuit hun bijna té zonnige omgeving en de loodzware stilte lijkt iets onheilspellends aan te kondigen. Het grote formaat overdondert de toeschouwer.

De techniek en het materiaal is, vanuit een nood aan vereenvoudigen, beperkt tot het haast uitsluitend werken met olieverf op doek. De kleuren worden met veel wit gemengd, waardoor een matter en minder scherp beeld ontstaat en het eruit ziet alsof er een onoverbrugbare afstand is tussen de geportretteerden en hun toeschouwers.

Tijdens een periode van zoeken naar de juiste omstandigheden en deelname aan enkele groepstentoonstellingen, ondergaan genre en techniek niet zoveel veranderingen. Het inspirerende beeldmateriaal zet nog steeds de toon, maar bepaalt nu in mindere mate het uiteindelijke resultaat.

De geportretteerde personen van weleer hebben plaats gemaakt voor een aantal "personages" die allen een bepaalde rol toebedeeld krijgen in een omgeving die ondergedompeld is in veelal grijsgroene tinten.

Niet alleen het geüniformeerde kleurgebruik verbindt de werken: soms duiken verschillende personages samen op in één schilderij.

Het is ook nieuw dat de schilderijen een titel meekrijgen. Eerder gaven titels hooguit een letterlijke beschrijving van wat er te zien viel en de schilder formuleerde zo geen uitgesproken mening. Nu geeft de titel al iets prijs van wat Iris Van der Kerken voor ogen heeft, maar voor de toeschouwer blijft er nog altijd voldoende ruimte om, als men dat wil, zelf op zoek te gaan naar wat er schuilgaat onder de verf.

<<TERUG