Huguette studeerde aan de Koninklijk Academie en
aansluitend aan het Hoger Instituut te Antwerpen. Zij kreeg les van R.
Meerbergen, R. Slabbinck, Cavalieri, Pol Mara, Jos Hendrickx en Jan Cox.
Huguette is altijd figuratief te werk gegaan. Eerst nadrukkelijk zoals in haar portretten in olieverf op doek. Later - wat beter bij haar natuur bleek aan te sluiten – in lichtvoetiger, vloeiender maar daarom niet makelijker materialen zoals acryl en waterverf. Langzamerhand wordt het werk intiemer, lyrischer en ook abstracter, dat wil zeggen figuratief gedempter, minder expliciet, suggestiever. De toeschouwer blijft steeds figuren en vooral landschappen opmerken. Zij reisde veel en het was na een zwerftocht door de Karpaten dat Huguette haar eerste grote confrontatie met de natuur had. De natuur werd voor haar de alles overheersende inspirerende kracht waaruit zij haar kracht put om tot haar werk te komen.
Haar kleuren herinneren steeds nadrukkelijk aan het palet van de Fauvisten
Een belangrijk thema in het oeuvre van Huguette Janssens ligt in de menselijkheid, de humanitaire verhouding, de communicatie en de onderliggende verstaanbaarheid, de taal.
Huguette heeft zich nooit aangesloten en zeker niet onderworpen aan een of andere gevestigde of nieuwe uitgedachte stijl. Ze is altijd figuratief blijven werken
(vrij naar K. Bouillart, H. Schinzel, M. Oukhow)
Huguette Janssens
evolueert gaandeweg naar de vrij verwerkte natuurbeleving. De weelderige
organiek van rijke vegetatie biedt haar de aanleiding tot het afsteken van een
picturaal en coloristisch vuurwerk.
(Marc Bourgois -De Nieuwe Gazet)
Huguette Janssens
vertrekt van de natuur, ze verwijdert er zich in mindere of meerdere maten
vanzelf tot in de randgebieden van het abstracte.
(René Turkry – Gazet van Antwerpen)
Huguette
Janssens gebruikt een vitaal, een uitbundig maar doordacht kleurgebruik. Een
bijna eengemaakte ruimte die stabiel en daardoor bevestigend werkt en een om te
zeggen figurale abstractie, een compositie die haar concreet motief niet uit het
oog verliest.
(Karel Boullart – Gazet van Antwerpen)